Terug Wodan Nicolaas van Myra Schoolmeester Sinterklaas Zwartepiet



Het Sinterklaasfeest
door de eeuwen heen

Sinds de 13e eeuw wordt in west-Europa het Sint-Nicolaaslaasfeest gevierd, 
maar vooral in het begin heel anders dan wij het nu doen.


vanaf  + 1200

  

6 december 
is de sterfdag
van Sint Nicolaas

  Nicolaas van Myra was in de middeleeuwen de meest aanbeden heilige. Mensen van allerlei rangen en standen vereerden hem.
Hij was onder meer beschermheilige van kinderen en scholieren. 
In het algemeen, maar zeker op kloosterscholen, 
gold Sint Nicolaas als een voorbeeld voor de jeugd. 
6 December, zijn naamdag,  werd een feestdag voor kinderen.
Ze werden dan getracteerd of kregen een vrije dag. 
Soms kregen ze geld om feest te kunnen vieren. 
Aan arme kinderen werden vaak schoenen gegeven. 
     
1360


 
Een rekening van de stad Dordrecht vermeldt dat er geld is uitgegeven  aan het Sint Nicolaasfeest. 

Uit de boeken van andere steden, waaronder Utrecht, 
blijkt dat er ook de volgende twee eeuwen nog door stadsbesturen geld werd besteed aan arme kinderen, schoolkinderen 
of leden van kinderkoren.
     
15e eeuw
 
Het gebruik de schoen bij de schoorsteen te zetten verbreidde  zich. Op het platteland zal dat de klomp zijn geweest.
Men ging speciale lekkernijen maken voor het Sint Nicolaasfeest.
Ook het strooien van snoep kwam voor.
     
16e en 17e eeuw

koekplank voor speculaaspoppen

Sint Nicolaas 
werd ook vereerd als 
goet-hylikman
(goed huwelijksman)
 
Vanaf de 16e eeuw werden Sinterklaasmarkten populair. 
Deze werden begin december gehouden.

Er werd speelgoed verkocht, maar ook lekkernijen, 
zoals speculaas, taai-taai, suikerbeesten, marsepein. 
Jongeren gaven elkaar suikerharten of speculaaspoppen. 
Namen voor speculaaspoppen: Claeskoeken, hylikmakers, 
vrijers of vrijsters. 

Markten hadden gewoonlijk een kermisachtig karakter.
Mede daardoor waren de Sinterklaasmarkten erg in trek. 
Maar de kerken waren er juist op tegen vanwege het volkse, uitbundige  en verkwistende karakter. 
Het feest van een heilige hoorde geen straatfeest te zijn.
Er werd ook veel gedronken en het liep regelmatig uit de hand, 
vooral in Amsterdam, een echte 'Nicolaasstad'. 
Daarom kwam de overheid steeds meer met regels en verboden.
Verboden betroffen bijvoorbeeld het houden van markten, 
het bakken en verkopen van speculaaspoppen 
en soms zelfs het zetten van de schoen! 

   
1607   Autoriteiten van de stad Delft verbieden het verkopen van sinterklaasartikelen op de markt.  Lees tekst

 
1618   Het stadsbestuur van Tiel verbood het zetten van de schoen.
Het zou alleen maar leiden tot geldverspilling.

Het verbod is inmiddels ingetrokken.  Lees tekst

   
1663
  In Amsterdam kwamen kinderen in opstand 
tegen het verbod op Sinterklaasvieringen. 

   
Het woord 
Sinterklaas
raakte ingeburgerd.
  De Sinterklaasmarkten verdwenen wat naar de achtergrond 
maar bleven bestaan tot in de 19e eeuw. 
In huis werd er wel Sinterklaas gevierd.

   
vanaf 1680

prenten


  De zogenaamde 'centsprenten' kwamen in de mode.  
Deze prenten werden verkocht door marskramers en kostten 1 cent. 
Ze werden aan kinderen gegeven met Sinterklaas. 
Op de prenten stonden meestal afbeeldingen die met Sint Nicolaas te maken hadden, bijvoorbeeld over zijn leven en goede daden. 
Ook stond er vaak een gedicht op.
 
18e en 19e eeuw

Opvoeders gingen 
hun stempel drukken 
op het 
Sinterklaasfeest


De norm werd:
wie zoet is krijgt lekkers,
wie stout is de roe
 
Sinterklaas werd vooral thuis in het gezin gevierd. 
Ieder deed dat op zijn eigen manier.
Kinderen kregen geschenken, snoep en koek. 
Er werden ook boekjes gegeven, met titels als
'St. Nicolaes-almanack voor de jeugd'. 
Deze boekjes waren bedoeld om op 6 december te geven, 
maar gingen bijna nooit over Sinterklaas zelf.
Na 1800 kwamen er kinderboeken waarin lieve (gehoorzame) kinderen werden beloond en stoute kinderen gestraft.
Er bestonden liedjes en gedichtjes over Sinterklaas. 

   

1845-1850

Zie ginds komt de stoomboot...

 

Het eerste echte Sinterklaasboek voor kinderen was 
'St. Nicolaas en zijn knecht' van schoolmeester Jan Schenkman.  
Het was een boek met plaatjes en versjes. 
Het ging over Sinterklaas en zijn knecht 
die met de stoomboot uit Spanje komen 
om kinderen te bezoeken, te strooien en cadeautjes te brengen. 
Dat was nog eens een kinderboek! 


   
1888   Eerste Sinterklaas-intocht in Venray, voor zover bekend.

   
1891


  Voor het eerst werd de knecht van Sinterklaas Pieter genoemd.
Dat was in het boek 'Het feest van Sint Nicolaas'.
Voor die tijd noemden ze hem: dienaar, knecht, knechtje, zwartje, het zwarte moortje.
     


1934

 
Eerste grote intocht van Sinterklaas in Amsterdam. 

   

1945

  Sinterklaasoptocht in Amsterdam, georganiseerd met de hulp van Canadese soldaten, na de bevrijding.
Voor het eerst was er sprake van een grote groep zwartepieten! 

   

na 1945



Gelukkig hoef je 
nooit meer 
bang te zijn
voor Sinterklaas...!

  Het Sinterklaasfeest kreeg een meer landelijk karakter, 
al bleven plaatselijke verschillen bestaan. 
Het was niet meer uitsluitend op kinderen gericht;
volwassenen gingen ook meedoen. 
Gezelligheid kwam voorop te staan; er werd steeds minder gedreigd. 
Het vieren van 'pakjesavond' op 5 december werd populair. 
De welvaart nam toe.
De intochten en vieringen werden grootser van opzet. 
Er verschenen steeds meer Sinterklaasartikelen, voor groot en klein.
De televisie ging meedoen. 
De invloed van de reclame werd daardoor nóg groter. 
Het Sinterklaasfeest thuis en op school bestonden al lang,
maar nu gingen ook winkels, bedrijven en verenigingen
- en wie al niet - een grotere rol opeisen. 
Bovendien deed de Kerstman zijn intrede in Nederland 
en heeft zich inmiddels een plaats verworven naast Sinterklaas.
     
Terug Wodan Nicolaas van Myra Schoolmeester Sinterklaas Zwartepiet